Programma

Verwacht voorjaar 2021: Cursus Duitse Kunst
Van Karel de Grote tot Gerhard Richter

De kunstgeschiedenis heeft zich in weinig landen zo lang en veelzijdig ontwikkeld als in Duitsland. In acht lessen reizen we in deze cursus door de Duitse kunstgeschiedenis. We  beginnen in de tijd van Karel de Grote en volgen de kunst, via grootheden als Albrecht Dürer (1471-1528) en Hans Holbein (ca. 1498-1543) naar de extravagante barokke kerken van Zuid-Duitsland. De tweede helft van de cursus richt zich op de Duitse romantiek en de vooruitstrevende kunstbewegingen uit de eerste helft van de 20e eeuw. Na een les over het lot van de kunsten onder het Naziregime, sluiten we de cursus af met een blik op de naoorlogse en hedendaagse Duitse kunst. In de syllabus is per les een kort overzicht van de roerige Duitse geschiedenis opgenomen.

Karl Friedrich Schinkel, Middeleeuwse stad bij het water, na 1813, olieverf op doek, 94 x 126 cm, Neue Pinakothek, München.
Bron: Wikimedia

PROGRAMMA

Lezing 1: Karolingische Renaissance
In het jaar 800 werd de Frankische Koning Karel (742-814) door de Paus gekroond tot Keizer. Karel de Grote regeerde zijn rijk vanuit paleiscomplexen, die hij in zijn uitgestrekte rijk liet bouwen. Vanaf de jaren 790 vestigde hij zich in Aken. Deze stad bloeide op als cultureel en intellectueel centrum in Europa. Karel spiegelde zich aan de Romeinse keizers en in de Karolingische hofkunst grepen kunstenaars regelmatig terug op de klassieke Oudheid. Tijdens deze lezing komen we meer te weten over deze Karolingische Renaissance.

Lezing 2: De Duitse Middeleeuwen: Van Romaans tot Gotisch
Maarten Luther vergeleek de kerk al met ‘een machtige burcht’. In de hoge middeleeuwen leken de massieve Romaanse kerkgebouwen letterlijk op stevige vestingen. De kerken en kloosters waren gevuld met expressieve houten beelden, rijk verluchte handschriften en andere kerkschatten. In de late middeleeuwen was de invloed van de gotiek steeds meer aanwezig in Duitsland. Dat resulteerde niet alleen in prachtige kathedralen, maar ook in eigen bouwvormen, zoals de baksteengotiek en de hallenkerk. In deze les staan hoogtepunten uit de Duitse middeleeuwen centraal.

Lezing 3: Vreemde schoonheid: de Duitse Renaissance
Hoewel men in Duitsland nog lang vasthield aan het middeleeuwse gedachtegoed en de middeleeuwse kunst- en architectuurvormen, veranderde dat in de tweede helft van de 15e eeuw. Met de ontwikkeling van de boekdrukkunst en het mecenaat van de Habsburgse Keizers, gingen de Duitse gebieden mee met de moderne tijd. Er ontstond een uitwisseling met Italië en enkele Duitse kunstenaars ontwikkelden zich op Europees niveau. Speciale aandacht in de lezing zal liggen bij Albrecht Dürer, Hans Holbein en Lukas Cranach.

Lezing 4: Barokke overvloed: Duitse kastelen en kloosters
Luthers Reformatie had ook invloed op de Duitse kunst en architectuur. Hoewel Luther niet tegen kerkelijke kunst was, bepleitte hij een nieuwe protestantse beeldtaal. Toch was het geen soberheid troef in Duitsland. Na de Vrede van Münster (1648) kwam er meer macht te liggen bij de aristocratie, die zich graag wilde spiegelen aan de Europese vorsten. In heel Duitsland verrezen er aristocratische paleizen, die geïnspireerd waren op de modieuze Franse en Italiaanse barokstijl. In de katholieke Zuid-Duitse gebieden werd die stijl ook toegepast op kloosters en kerkgebouwen.

Lezing 5: Verlichting en Romantiek
In de tweede helft van de 18e eeuw maakte de barokke idylle steeds meer plaats voor het verlichte denken. In de kunst propageerden de Duitse kunstacademies een waardige klassieke stijl. Na de Napoleontische oorlogen en het congres van Wenen (1815) volgde er een reactie. Kunstenaars gingen op zoek naar de Duitse identiteit en kwamen in hun zoektocht uit bij de rijke Duitse Middeleeuwen. Ook werd de Duitse natuur met zijn donkere bossen, lindebomen en ruige kust een belangrijk nieuw onderwerp. In deze lezing gaan we uitgebreid naar die ontwikkeling kijken.

Lezing 6: Pioniers van de Moderne Kunst
Hoewel de academische stijl in Duitsland nog tot rond 1900 de norm was, was de kunstzinnige vernieuwing niet tegen te houden. Met de jugendstil en de invloed van de Franse avant-garde ontwikkelde de kunst zich in een enorm tempo. In heel Duitsland ontstonden nieuwe stromingen en kunstenaarsbewegingen. Van de expressionisten in Dresden en München tot de DADA bewegingen in Berlijn en Keulen en van Bauhaus tot de Neue Sachlichkeit.

Lezing 7: ‘Ontaarde Kunst’. Het lot van de kunst tijdens het Naziregime.
In de jaren 1930 stelde het Naziregime eisen op waaraan ‘goede’ kunst moest voldoen. De kunstenaars en kunstwerken die niet voldeden aan deze eisen werden bestempeld als ontaarde kunst. De kunstwerken werden uit de Duitse musea verwijderd en vervolgens vernietigd of geveild. Kunst speelde een belangrijke rol tijdens het Naziregime. Daarom zullen we ook ingaan op Hitlers plannen voor zijn Führermuseum in Linz en de concurrentie tussen Hermann Göring en Adolf Hitler op de internationale kunstmarkt.

Lezing 8: Naoorlogse en hedendaagse Duitse kunst
In deze afsluitende lezing zullen we ingaan op de naoorlogse en hedendaagse Duitse kunst. In eerste instantie richten we ons op de grote namen van de periode tot de val van de muur, zoals Joseph Beuys, Sigmar Polke en Gerhard Richter. Vervolgens kijken we naar de kunst van na 1990. Wordt er nog teruggekeken naar het Duitse kunstverleden of zijn de ogen volledig gericht op de toekomst? En welke wegen worden op dit moment door Duitse kunstenaars betreden?

Praktische informatie

De cursus zal afhankelijk van de coronamaatregelen plaatsvinden in het voorjaar van 2021 in Zaltbommel.